maandag 2 november 2015
Stormenderland - Je ziet hem niet

Je ziet hem niet

Als het donker is, zie je hem niet.
Als hij zich verstopt, zie je hem niet.
Als je niet kijkt, zie je hem niet.
Als je net eventjes met je ogen knippert, zie je hem niet.
Als je je omdraait, zie je hem niet.
Als je even niet oplet, zie je hem niet.
Als hij er niet is, zie je hem niet.
Als je niet weet waar je op moet letten en niet weet wie je moet hebben, zie je hem niet.
Als je te laat bent, zie je hem niet.
————–– Kijk! Daar gaat-ie! – Waar? – Te laat…
Als hij weg is, zie je hem niet.
Als hij niet thuis is, zie je hem niet.
Als hij verdwenen is, op reis, zijn biezen gepakt, vertrokken, verhuisd, zie je hem niet.
Als hij onzichtbaar is, zie je hem niet.
Als hij niet gezien wil worden, zie je hem niet.
Als hij onder het bed is gekropen, zie je hem niet.
Als jij onder het bed bent gekropen, zie je hem niet.
Als je je hemd over je hoofd hebt getrokken, zie je hem niet.
Onder de dekens zie je hem niet.
Als je niet bent waar hij is, zie je hem niet.
Als hij niet is waar jij bent, zie je hem niet.
Als hij zo dicht voor je neus staat dat je hem niet ziet, zie je hem niet.
Als hij met z’n tweeën is, zie je hem niet.
Als hij niet bestaat, zie je hem niet.
Als hij niet bestaan heeft of niet zal bestaan, zie je hem niet.
Als hij diep onder de grond leeft, zie je hem niet.
Als hij diep onder de zee leeft, zie je hem niet.
Als hij heel hoog in de lucht leeft, zie je hem niet.
Als hij alleen in andere landen leeft, zie je hem niet.
Als hij zo klein is dat je hem met de allersterkste microscoop niet kan zien, zie je hem niet.
Als je niet weet wat hij is, zie je hem niet.
Als je hem niet ziet, zie je hem niet.
Als je hem ziet, zie je hem niet.
Maar misschien zie je hem als je slaapt?