donderdag 23 juli 2015
Stormenderland - In de woestijn

In de woestijn

Kamelen lopen in een karavaan
Waar gaan ze heen?
Waar komen ze vandaan?

– Dat weet ik niet, hoor,
Zegt de een, – Ik heb geen flauw idee
Waarheen we gaan,
Waartoe, waarom, waarvoor,
Ik sjok alleen maar mee,
Ik sjok achter de anderen aan.

– Weet u het dan, meneer kameel?
Vraag ik aan die ervoor.
Die antwoordt: – Ja zeg, weet ik veel,
We gaan waarheen we gaan.
Ik sjok maar en ik sjok maar door
Gewoon achter de anderen aan.

Die daarvoor loopt krijgt dezelfde vraag:
– Waarheen gaat jullie reis?
– Dat weet ik! Dat vertel ik graag!
Antwoordt zij en kijkt heel wijs:
– Het laatste eindpunt is ons doel,
Als je begrijpt wat ik bedoel.

Nee dus, en ik vraag het nog een keer
Aan de vorige in de rij,
En aan die daarvoor loopt weer.
Een en hetzelfde antwoord geven zij:
– Op ons kamelenwoord van eer,
Niets weten wij, niets weten wij.

Ik loop en vraag het iedereen,
Ik ren langs heel de karavaan,
En daar ben ik weer bij nummer een…

Kindjes! Er is wat grondig misgegaan,
Maar houd daarover jullie mondjes –
Die stoet kamelen liep van meet af aan
De hele tijd in rondjes.