woensdag 9 september 2015
Stormenderland - Groot groter grootst

Groot groter grootst

Rik en ik, we zaten
Aan de oever in het riet.
Rik en ik, we praatten
Soms, maar meestal niet.

We zaten, Rik en ik,
En de zon was bijna onder.
We praatten, Rik en ik,
Over niks in het bijzonder.

– Ik heb een keer een vis gevangen,
Die was zó groot, zeg ik.
– Ik heb een keer een vis gevangen,
Die was nog groter, zegt Rik.
– De mijnes was nog veel groterder, zeg ik.
– En de mijnes was nog veel groterderderder, zegt Rik.
– Hoe groot? vraag ik.
– Zó groot! zegt Rik,
En hij spreidt zijn armen wijd.
– En de mijne zó! zeg ik,
En ik spreid mijn armen wijd:
– Dus de mijne was het grootste!

Dan is het even stil.
Rik denkt na
Over wat hij zeggen wil.
– Jaaaaa, zegt Rik,
Maar de mijnes die was grootster!
– De mijnes was nog grootsteter, zeg ik.
– De mijnes was het allergrootsteste, zegt Rik.
– De mijnes was het allerallergrootstestestest, zeg ik.

Dan is het even stil.
Rik denkt na
Over wat hij zeggen wil.
– Ha! zegt Rik. Bewijs het dan!
– Jij eerst! zeg ik.
– Jij eerster! zegt Rik.
– Jij eerstestest! zeg ik.

Rik en ik, we zaten
Aan de oever in het riet,
Rik en ik, we praatten
En stoppen deden we niet.