zaterdag 19 december 2015
Stormenderland - Taart

Bij de bakker

Leentje is jarig
En gaat in haar eentje
Voor taart naar de bakker
Die ze helemaal zelf
Uitzoeken mag.
Ze is nog niet wakker
Of daar huppelt ze al,
Op haar ene en andere beentje.
– Nummertje elf!
Dat ben ik! – Goedendag.
– Ik ben jarig.
– Zozo. Gefeliciflapstaart.
– En nu mag ik een taart
Komen uitzoeken, zelf.
– Zozo. Laat me raden.
Wordt het kruimel, appel, kersen,
Slagroom, aardbei, of toch chocolade?
Alles van de kakelverse.
– Ummm…. kruimel! Zo’n grote,
Zegt zij ernstig en zeer vastbesloten.
Nee, aardbei! – Komt voor de bakker,
Zegt de bakker, en hij pakt zijn mes:
– Zeg het maar, in zes, acht, of tien
Of wil je ’m in twaalf stukken misschien?
– Twaalf! schrok Leentje.
Nee, doe er maar zes:
Twaalf krijg ik nooit op in m’n eentje!